Zo werkt de dubbele heffing
Laad je een thuisbatterij op met stroom van het net, dan betaal je daar energiebelasting over. Lever je die stroom later terug en verbruikt iemand anders het, dan int de fiscus over precies diezelfde kilowattuur nóg een keer belasting. Twee keer kassa over één en dezelfde stroom. Dat raakt niet alleen thuisbatterijen, maar ook elektrische auto’s die bidirectioneel kunnen laden.
Batterijen die uitsluitend eigen zonnestroom bufferen, ontspringen de dans grotendeels. De pijn zit vooral bij systemen die ook net-stroom inkopen om die later, op een gunstiger moment, weer terug te leveren. Precies het soort flexibel schakelen dat het stroomnet zou moeten ontlasten.
Motie aangenomen, maar geen wetswijziging
Oosterhuis stelt in zijn motie dat opslag achter een kleinverbruikersaansluiting ten onrechte dubbel wordt belast en dat die heffing eraf moet om thuisbatterijen en autobatterijen optimaal te benutten. Belangrijk om te beseffen: de motie schaft niets af. Het verzoek aan het kabinet is om verder te onderzoeken hoe dubbele energiebelasting bij opslag kan worden voorkomen, met een terugkoppeling aan de Kamer voor het einde van het jaar. Het kabinet moet dus onderzoek doen en rapporteren, een concreet wetsvoorstel is dit nog niet.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën liet het oordeel over aan de Kamer. Hij erkende dat Oosterhuis de vinger op een bekende zere plek legt, ‘Het is dus goed om daarnaar te kijken’.
Waarom lukte het nu wel?
Nog geen maand eerder ging een vergelijkbaar plan van JA21 onderuit. Die motie eiste van het kabinet een kant-en-klare regeling, uiterlijk bij het Belastingplan 2027. Minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei ontraadde dat voorstel: technisch zou niet te achterhalen zijn welk deel van de opgeslagen stroom al eerder is belast. De motie haalde geen meerderheid.
De motie van Oosterhuis vraagt, met een verdere verkenning en een terugkoppeling voor het einde van het jaar, om een minder concrete stap en kreeg daarmee wél de hele Kamer mee. De keerzijde: doordat de motie geen deadline voor een echte oplossing stelt, blijft onduidelijk hoe snel eigenaren van een thuisbatterij daadwerkelijk iets in hun portemonnee gaan merken.
Sector blijft aandringen
Dat de politiek nu in beweging komt, is mede te danken aan aanhoudende druk vanuit de sector. Brancheorganisaties Holland Solar en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) riepen dit jaar al op tot een duidelijk tijdspad om de dubbele heffing weg te nemen, omdat thuisbatterijen volgens hen het lokale net juist ontlasten op piekmomenten met veel zonnestroom.
Ook Energy Storage NL, de brancheorganisatie voor energieopslag, is nauw betrokken. De organisatie ziet de aangenomen motie als een belangrijke stap voor investeringen in opslag en flexibiliteit. Volgens de organisatie verslechtert dubbele belasting de businesscase voor lokale energieopslag, terwijl juist deze oplossingen nodig zijn om duurzame elektriciteit efficiënter te benutten, netcongestie te beperken en het systeem betaalbaar te houden.
Energy Storage NL laat weten dat het momenteel al met de ministeries van Financiën en van Economische Zaken en Klimaat in gesprek is over een oplossing. Onderdeel daarvan is een geplande werksessie tussen experts uit de markt en ambtenaren, om samen een technisch of juridisch haalbare oplossing te vinden.
Dat dit niet vanzelf gaat, bleek al eerder. Vorig jaar liet toenmalig minister Hermans van Financiën nog weten op korte termijn geen oplossing te zien voor het probleem. Ook staatssecretaris Eerenberg gaf begin juli aan nog altijd geen oplossing paraat te hebben.
Wat betekent dit voor eigenaren van een thuisbatterij?
Voor wie nu al een thuisbatterij heeft of overweegt er een aan te schaffen, verandert er op dit moment nog niets: de dubbele energiebelasting blijft gewoon gelden. Wat wel verandert, is het politieke klimaat rond het onderwerp. Met een unanieme Kamer achter zich en actieve druk vanuit de sector, is de kans groter dat er een concreet beeld komt van welke oplossingsrichtingen het kabinet ziet. Het kabinet moet de Tweede Kamer voor het einde van 2026 informeren over de uitkomsten van de verkenning.