Het einde van de salderingsregeling hoeft niet te betekenen dat je zonnepanelen plotseling niks meer opleveren. Wel betekent het dat je zelf scherper moet gaan vergelijken. Door een wildgroei aan terugleverkosten en onduidelijke vergoedingen is het nu al een flinke uitdaging om het overzicht te bewaren. Eind 2025 concludeerde de Autoriteit Consument & Markt (ACM) immers al dat energiecontracten door al die verschillende constructies amper nog met elkaar te vergelijken zijn. En de grootste verandering moet dus nog komen.
1 januari 2027
Lange tijd was er sprake van een stapsgewijze afbouw, maar de kogel is definitief door de kerk: de salderingsregeling stopt per 1 januari 2027 in één keer. Er komt geen zachte landing. Vanaf die datum mag je de stroom die je in de zomer opwekt en teruglevert, niet meer wegstrepen tegen de stroom die je in de winter van het net afneemt. Elk kilowattuur dat je verbruikt of juist teruglevert, wordt vanaf dat moment apart afgerekend.
Wat krijg je na 2027 nog wél voor je stroom?
Gelukkig lever je overtollige stroom na 2027 niet gratis in. Je krijgt er een zogenaamde ‘redelijke terugleververgoeding’ voor terug van je energieleverancier.
De Consumentenbond wijst erop dat er tot 1 januari 2030 in elk geval een wettelijke bodem geldt: de vergoeding moet tot die tijd minimaal de helft zijn van het kale leveringstarief dat je energiebedrijf rekent. Hoewel dit een fijn vangnet is, mag een leverancier zelf bepalen of ze daar netjes op gaan zitten of dat ze een gunstiger tarief bieden om klanten te trekken.
De grote vergelijkingspuzzel: Waar let je op?
Het berekenen van je werkelijke rendement wordt na 2027 een flinke puzzel. De combinatie van de nieuwe minimale vergoedingen en de bestaande terugleverkosten maakt het vergelijken van leveranciers nóg complexer.
Als je straks een nieuw energiecontract kiest, kun je niet meer alleen naar de prijs per kilowattuur kijken. Let vooral op de optelsom van deze drie zaken:
- Het kale leveringstarief: Wat betaal je voor de stroom die je afneemt? (Dit bepaalt direct hoe hoog jouw minimale terugleververgoeding uitvalt).
- De exacte terugleververgoeding: Blijft de leverancier op het wettelijke minimum van 50% zitten, of bieden ze een betere deal?
- De vaste of variabele terugleverkosten: Welke kosten brengt de maatschappij in rekening voor de stroom die je op het net zet?
Pas wanneer je deze drie componenten naast jouw persoonlijke verbruik legt, zie je welk contract onderaan de streep echt het voordeligst is.
De thuisbatterij als ontsnappingsroute
Gelukkig hoef je niet lijdzaam toe te kijken hoe energieleveranciers de regels bepalen. Er is een manier om de bijbehorende terugleverkosten grotendeels te omzeilen: de thuisbatterij.
Nu salderen verdwijnt, wordt het opslaan van je eigen zonnestroom de slimste stap naar financieel rendement. In plaats van je opgewekte stroom overdag goedkoop (en mét extra kosten) terug te leveren aan het net, sla je het overschot op in een thuisbatterij. Die gratis stroom gebruik je vervolgens ‘s avonds wanneer de zon onder is en de energietarieven juist het hoogst zijn. Zo maximaliseer je je eigen verbruik, verlaag je de afhankelijkheid van het net en blijft je energierekening wél overzichtelijk.
Passief afwachten kost geld
De tijd van achterover leunen en de zon simpelweg het werk laten doen is voorbij. Passief afwachten gaat zonnepaneelhouders vanaf 2027 simpelweg geld kosten.
Om te voorkomen dat je maandelijks te veel betaalt, is het slim om proactief je contractvoorwaarden in te duiken. Neem de waarschuwing van de ACM ter harte: zorg dat je precies begrijpt wat je tekent. Zo houd je de regie over je eigen energierekening en blijft de zon ook na 2027 een slimme investering.